Museum aan de A

Museum aan de A, de nieuwe naam van het Noordelijk Scheepvaartmuseum, is een van de oudste gebouwen van Groningen. Dit museum richt zich voor een groot deel op de algemene historie van de Noord-Nederlandse handel.
Handel heeft de stad Groningen veel gebracht.

Groningen is op een strategische plek gebouwd, op een van de uitlopers van de Hondsrug en tussen de riviertjes De Hunze en de Drentse A. Deze riviertjes leidden direct naar zee waardoor Groningen makkelijk toegang had tot de Noordzee en zo handel kon drijven met andere landen. Ook konden goederen over het water worden vervoerd.
 
Ongeveer aan het einde van de tiende eeuw begon Groningen over de provinciale grenzen heen te kijken. Uit die tijd, de middeleeuwen, stammen veel van de pakhuizen van de stad. Die middeleeuwse kern is vaak verstopt achter een achttiende- of negentiende-eeuwse gevel.

Het Hanzeverbond

In het begin waren vooral Duitsland en Engeland interessante handelspartners. Mede gestimuleerd door het Hanzeverbond breidde de handel zich snel uit. Het Hanzeverbond was een samenwerkingsverbond tussen steden uit België, Nederland, Duitsland, Polen, Noorwegen, Zweden en de Baltische Staten. Het doel van dit verbond was om de handel te beschermen en uit te breiden.
 
Het Hanzeverbond begon in de veertiende eeuw en duurde tot ongeveer de zestiende eeuw. Uit die tijd komen deze koggeschepen. Deze schepen werden dus zeer waarschijnlijk gebruikt op de routes van de Hanze. Aangezien de meeste en belangrijkste steden in Duits gebied lagen, was de officiële voertaal Middelnederduits. 
 
Groningen was niet de 'Stad van het Noorden' geweest zoals we dat nu kennen, zonder zijn functie als handelscentrum. De pakhuizen aan Hoge der A en Lage der A herinneren ons aan de hoogtijdagen als handelsstad in de vijftiende eeuw.

Handelsroutes

Van en naar Groningen bevonden zich verschillende belangrijke handelsroutes. In de late middeleeuwen, vanaf ongeveer 1000 tot 1500 na Christus, liep een belangrijke route van Groningen, langs Coevorden naar het Duitse graafschap Bentheim en het sticht Munster. Deze route ligt ten zuiden van de stad en was eigenlijk een zandweg dat door de uitgestrekte heide liep met vennetjes en pingoruïnes. Pingoruïnes zijn cirkelvormige meren of kraters die overgebleven zijn uit de IJstijd. Etenswaren als kaas, traan, boter en stokvis werden vanuit Groningen naar Coevorden en de Duitse handelsplaatsen vervoerd. Andersom kwamen zandsteen, hout, rogge, wol, canvas en andere handel richting Groningen.
 
Een andere handelsroute is de oude Stadsweg. Deze route begint bij het Waagplein en loopt via de Poelestraat en Noorddijk de stad uit, richting het noordoosten. Deze route gaat helemaal richting Termunterzijl (gemeente Delfzijl). In de middeleeuwen lag hier een dorp, genaamd Oterdum. Vanuit Oterdum was het mogelijk om per boot de weg te vervolgen naar Emden. De Stadsweg volgt voornamelijk de loop van het Damsterdiep. Het is niet helemaal zeker uit welke tijd deze route afkomstig is. Het vermoeden is dat deze weg rond 1400 is aangelegd. Bijzonder is dat deze route van Groningen tot Delfzijl in 2015 werd omgetoverd naar een fietspad.

Bronvermelding
www.deverhalenvangroningen.nl/alle-verhalen/de-middeleeuwen-handelsweg-groningen-coevorden
https://nl.wikipedia.org/wiki/Stadsweg
http://www.gic.nl/bereikbaarheid-verkeer/de-stadsweg-middeleeuwen-handelsweg-nu-in-ere-hersteld-als-fietsr
http://fleximap.groningen.nl/documenten/monumenten/rapporten/bouwhistorisch//
brugstraat 24, 26 verkenning, van der hoeve en tel 2010.pdf